Een koudebrug (thermische brug) ontstaat overal waar geleidend materiaal de isolatielaag overbrugt of onderbreekt. Typische locaties zijn: lateien, balkonaansluitingen, funderingsranden, spouwankers en vensterbanken.

Principedoorsnede van een koudebrug: onderbroken isolatielaag met warmtelek en koud binnenoppervlak

Gevolgen

  1. Verhoogd transmissieverlies — extra warmtestroom door de verzwakte zone.
  2. Koud binnenoppervlak — verlaagt de binnenoppervlaktetemperatuur, wat leidt tot stralingscomfortverlies.
  3. Oppervlaktecondensatie en schimmelvorming — zodra de oppervlaktetemperatuur onder het dauwpunt daalt; zie het verschil met inwendige condensatie.

Beoordelingsmethoden

MethodeToepassing
f-factor (temperatuurfactor)Controleren of oppervlaktecondensatie dreigt; het Bbl eist voor de woonfunctie ≥ 0,65 (art. 4.119, bepaald volgens NEN 2778)
Ψ-waarde (psi, lineaire transmissiecoëfficiënt, W/(m·K))Kwantificeren van het extra warmteverlies per strekkende meter lineaire koudebrug

Beide worden doorgaans berekend met 2D-simulatiesoftware (bijv. THERM of BISCO) volgens NEN-EN-ISO 10211; de Ψ-waarden gaan daarna de NTA 8800-berekening in.

Voorkomen

  • Thermisch onderbroken details toepassen (balkonplaat op isokorven, gevelankers met nylon kern).
  • Doorlopende isolatielaag zonder onderbrekingen; verwijs naar gecertificeerde aansluitdetails uit de SBR-detailbibliotheek.
  • Na isolatiewerkzaamheden controleren met een thermografische camera (infraroodopname).