Een koudebrug (thermische brug) ontstaat overal waar geleidend materiaal de isolatielaag overbrugt of onderbreekt. Typische locaties zijn: lateien, balkonaansluitingen, funderingsranden, spouwankers en vensterbanken.
Gevolgen
- Verhoogd transmissieverlies — extra warmtestroom door de verzwakte zone.
- Koud binnenoppervlak — verlaagt de binnenoppervlaktetemperatuur, wat leidt tot stralingscomfortverlies.
- Oppervlaktecondensatie en schimmelvorming — zodra de oppervlaktetemperatuur onder het dauwpunt daalt; zie het verschil met inwendige condensatie.
Beoordelingsmethoden
| Methode | Toepassing |
|---|---|
| f-factor (temperatuurfactor) | Controleren of oppervlaktecondensatie dreigt; het Bbl eist voor de woonfunctie ≥ 0,65 (art. 4.119, bepaald volgens NEN 2778) |
| Ψ-waarde (psi, lineaire transmissiecoëfficiënt, W/(m·K)) | Kwantificeren van het extra warmteverlies per strekkende meter lineaire koudebrug |
Beide worden doorgaans berekend met 2D-simulatiesoftware (bijv. THERM of BISCO) volgens NEN-EN-ISO 10211; de Ψ-waarden gaan daarna de NTA 8800-berekening in.
Voorkomen
- Thermisch onderbroken details toepassen (balkonplaat op isokorven, gevelankers met nylon kern).
- Doorlopende isolatielaag zonder onderbrekingen; verwijs naar gecertificeerde aansluitdetails uit de SBR-detailbibliotheek.
- Na isolatiewerkzaamheden controleren met een thermografische camera (infraroodopname).