Het dauwpunt is de kritische temperatuurgrens in de bouwfysica: zodra een constructielaag of oppervlak koeler is dan de dauwpunttemperatuur van de omringende lucht, slaat waterdamp neer als condensvocht.
Rekenvoorbeeld Binnenlucht van 20 °C bij 50% relatieve vochtigheid heeft een dauwpunt van ± 9,3 °C. Elk constructiedeel dat kouder is dan 9,3 °C loopt risico op condensatie.
Relatieve luchtvochtigheid
De relatieve luchtvochtigheid (RV, φ) is de werkelijke dampdruk gedeeld door de verzadigingsdampdruk bij dezelfde temperatuur (ISO 9346): RV = (pdamp ÷ psat) × 100 %. Koelt lucht af zonder dat er vocht bij komt of af gaat, dan blijft de hoeveelheid waterdamp gelijk, daalt de verzadigingsdampdruk en stijgt de RV; bij 100 % is het dauwpunt bereikt. Daarom kan een koude plek nat worden in een ruimte waar de RV gewoon lijkt: aan dat oppervlak ligt de RV veel hoger dan gemiddeld in de kamer. U meet de RV met een hygrometer; voor een woning volstaat een eenvoudige thermo-hygrometer.
Inwendige vs. oppervlaktecondensatie
| Type | Locatie | Gevolg |
|---|---|---|
| Oppervlaktecondensatie | Binnenoppervlak (muur, glas) | Schimmelgroei, vlekken |
| Inwendige condensatie | Binnen de constructielaag | Rot, vorstschade, isolatieverlies |
Positie van het dampscherm Het dauwpunt bepaalt waarom een dampscherm aan de warme zijde van de isolatie hoort: de dampremmende laag stopt het vochttransport vóórdat de damp de koude zone bereikt waar condensatie zou optreden (zie damp-open bouwen). Of er in de constructie zelf condensatie optreedt, toont een dampdiffusieberekening; zie inwendige condensatie.
Wettelijke grens
Om oppervlaktecondensatie te voorkomen, eist het Bbl voor de woonfunctie een temperatuurfactor van het binnenoppervlak van ten minste 0,65; voor de andere gebruiksfuncties 0,5, behalve de overige gebruiksfunctie (art. 4.119, bepaald volgens NEN 2778). Die factor is f = (θsi − θe) ÷ (θi − θe) (ISO 10211): hoe dicht het binnenoppervlak bij de binnentemperatuur blijft.
Voordelen van dauwpuntanalyse
- Onthult zwakke plekken (koudebruggen) in een ontwerp vóór uitvoering
- Basis voor correcte positionering dampscherm of dampremmer
Nadelen / beperkingen
- Statische Glaser-methode houdt geen rekening met vochttransport via capillaire werking of tijdsafhankelijke effecten; voor die gevallen is hygrotherme simulatiesoftware nodig (bijv. WUFI)