De thermische schil is het fundament van energiezuinig bouwen. Ze omsluit het verwarmde volume en bestaat uit twee functionele lagen die idealiter samenvallen:
- Isolatielaag – beperkt warmtegeleiding (uitgedrukt in Rc- of U-waarden); het warmteverlies dat er toch doorheen gaat, heet transmissieverlies (zie hieronder)
- Luchtdichtingslaag – verhindert ongecontroleerde luchtstromen; zie luchtdicht bouwen
Vuistregel: de potloodlijntest U moet de schil op een doorsnede-tekening met één ononderbroken potloodlijn kunnen natrekken. Elke plek waar u de pen moet optillen is een potentiële koudebrug of luchtlek.
Onderdelen van de schil
| Constructiedeel | Bbl-eis nieuwbouw (gemiddeld) |
|---|---|
| Dak | Rc ≥ 6,3 m²·K/W |
| Gevel | Rc ≥ 4,7 m²·K/W |
| Zoldervloer of andere scheiding naar een onverwarmde ruimte | Rc ≥ 4,7 m²·K/W |
| Vloer boven kruipruimte of op de grond | Rc ≥ 3,7 m²·K/W |
| Ramen, deuren en kozijnen (U) | ≤ 2,2 W/(m²·K) per stuk; gemiddeld ≤ 1,65 W/(m²·K) |
(Bbl art. 4.152 en 4.153 met tabel 4.148B, voor vrijwel alle gebruiksfuncties. De Rc-waarden zijn gemiddelden; elk afzonderlijk onderdeel moet daarnaast ten minste 2,6 m²·K/W halen. Bij verbouw ten minste 1,4, bij het vervangen van een isolatielaag vloer 2,6 / gevel 1,4 / dak 2,1, of het rechtens verkregen niveau als dat hoger is (art. 5.20) — zie Rc-waarde berekenen.)
Transmissieverlies door de schil Het warmteverlies dat door geleiding via de schil naar buiten gaat, heet transmissieverlies. Het is een van de componenten van het warmteverlies van een gebouw, naast ventilatie en luchtlekken. ISO 13789 drukt het uit als de transmissiewarmteoverdrachtscoëfficiënt H in W/K: de warmtestroom door de schil gedeeld door het temperatuurverschil tussen binnen en buiten. Voor de delen die direct aan de buitenlucht grenzen:
H = Σ (U · A) + Σ (ψ · l) + Σ χ
Hierin zijn U en A de U-waarde en het oppervlak van elk vlak, ψ en l de psi-waarde en de lengte van elke lineaire koudebrug, en χ de bijdrage van een puntvormige koudebrug. Bij een temperatuurverschil ΔT is het verlies Φ = H × ΔT in watt. Hoe beter de schil isoleert, hoe groter het aandeel van ventilatie en luchtlekken — daarom horen isoleren en luchtdicht bouwen bij elkaar.
Veelgemaakte fouten
- Onderbrekingen bij aansluitingen: balklagen, dakdoorvoeren en kozijnomlijstingen zijn klassieke zwakke plekken
- Onverwarmde ruimten binnen de schil trekken: een garage of berging binnenshuis verhoogt het te verwarmen volume zonder extra isolatie
- Schil en luchtdichting scheiden: dampscherm en luchtdichting zijn fysiek vaak één product, maar conceptueel twee eisen
Voordelen van een goed gesloten schil
- Een lagere energiebehoefte (BENG 1)
- Minder tocht, homogenere binnentemperatuur
Nadelen / aandachtspunten
- Een perfecte schil vereist gecontroleerde ventilatie (WTW); zonder dat stapelt vocht en CO₂ zich op
- Kosten en complexiteit stijgen bij renovatie doordat de schil nooit eerder als geheel is ontworpen