De psi-waarde (ψ) kwantificeert het extra warmteverlies dat ontstaat op de lijn waar twee bouwdelen samenkomen — denk aan een funderingsaansluiting, latei, dakranddetail of kozijnaansluiting. De eenheid is W/(m·K): elke strekkende meter koudebrug met ψ = 0,10 W/(m·K) voegt bij 20 °C temperatuurverschil 2 W/m extra warmteverlies toe.

Relatie met de energieprestatieberekening

In de NTA 8800-berekening is het totale transmissieverlies door de schil de som van vlakverliezen, lineaire koudebruggen en puntkoudebruggen:

  • U · A — warmteverlies via vlakken (W/K)
  • ψ · l — aandeel van alle lineaire koudebruggen (W/K)
  • χ · n — puntkoudebruggen in W/K per punt

Als geen koudebrugberekening beschikbaar is, kent NTA 8800 een forfaitaire rekenwijze. Die valt ongunstiger uit dan een projectspecifieke berekening, en voor de berekening van oververhitting (GTO) staat de Omgevingsregeling hem niet toe.

Bepaling

De nauwkeurige ψ-waarde wordt berekend met een 2D- of 3D-warmtestroomsimulatie conform NEN-EN-ISO 10211. Hiervoor worden softwarepakketten zoals THERM of HEAT2 gebruikt. De SBR-referentiedetails bieden voor gangbare aansluitingen vooraf berekende ψ-waarden waarmee ontwerpers snel een betrouwbare schatting maken.

Voordelen van een lage ψ-waarde

  • Minder transmissieverlies → lager energiegebruik.
  • Hogere oppervlaktetemperaturen aan de binnenzijde → minder condensatierisico en schimmelvorming.
  • Betere score in de NTA 8800-berekening (BENG-indicatoren).

Aandachtspunten

  • Een ψ-waarde van 0 is theoretisch haalbaar maar vraagt om zorgvuldige detaillering (gekoppelde isolatielagen, thermisch onderbroken bevestigingen).
  • Fouten in de geometrie-invoer van de simulatie leiden snel tot onder- of overschatting; laat berekeningen valideren.
  • De forfaitaire opslag in NTA 8800 kan ongunstig uitpakken bij goed gedetailleerde constructies — een projectspecifieke berekening loont dan.