Een woning renoveren gaat het best in een vaste volgorde: eerst vaststellen wat er is en wat mag, dan slopen, dan de schil isoleren, daarna luchtdicht maken en ventileren, en pas dan de installaties en de afwerking. Wie die volgorde aanhoudt, voorkomt dat werk opnieuw moet: afwerking komt niet op een wand die nog open moet, en de verwarming wordt gekozen op de woning zoals die na het isoleren is.

Deze reeks volgt de renovatie van een rijwoning uit de jaren ‘60–‘70: een spouwmuur, een begane grondvloer boven een kruipruimte en een hellend pannendak. Elke stap heeft een eigen artikel; de stappen die nog niet verschenen zijn, staan hieronder al in de volgorde waarin ze komen.

Een rij eengezinswoningen in Spijkenisse in 1972: bakstenen gevels, houten borstweringen onder de ramen en een doorlopend hellend pannendak met schoorstenen Foto: Cor Koornneef, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons, bijgesneden

De 9 stappen

1. Opname en regels

Voordat er iets gesloopt wordt, legt u vast in welke staat de woning is en wat er mag. Twee dingen zijn daarbij bepalend. Ten eerste: is er asbest te verwachten? Een asbestinventarisatie is verplicht bij slopen als er asbest te vermoeden is; voor bouwwerken van na 1 januari 1994 geldt die plicht niet (Bbl art. 7.9). Ten tweede: welke eisen gelden er voor uw verbouwing? Dat staat uitgewerkt in Rc-waarde eisen bij renovatie, en kort samengevat verderop in dit artikel. Hoe u de opname aanpakt, wanneer u een vergunning nodig hebt en wat er met asbest moet, staat in Een verbouwing voorbereiden.

2. Strippen en slopen

Pas na de opname wordt er gesloopt: oude afwerking, verlaagde plafonds en wat er verder in de weg zit. Asbest wordt, als dat technisch kan, als eerste verwijderd (Bbl art. 7.21). Slopen moet vooraf gemeld worden als er asbest wordt verwijderd of als er naar verwachting meer dan 10 m³ sloopafval vrijkomt, in de regel ten minste vier weken van tevoren (art. 7.10).

Voor particulieren geldt een smalle uitzondering. Wie niet beroepsmatig geschroefde asbesthoudende platen met hechtgebonden vezels (geen dakleien), asbesthoudende vloertegels of niet-gelijmde asbesthoudende vloerbedekking in zijn geheel uit zijn woning haalt, in totaal ten hoogste 35 m², heeft geen inventarisatierapport en geen gecertificeerd bedrijf nodig (art. 7.9 lid 2 onder e en art. 7.20 lid 2). Melden moet dan wel, ten minste een week vooraf (art. 7.10 lid 2 onder b). Hoe het strippen in zijn werk gaat, staat in Woning strippen en slopen.

3. Kruipruimte en begane grondvloer isoleren

Vloer, gevel, kozijnen en dak (stap 3 tot en met 6) hebben onderling geen vaste volgorde, maar alle vier komen ze vóór de luchtdichting en de afwerking: daar sluiten de naden en de afwerking op aan. Hoe u de vloer vanuit de kruipruimte isoleert, staat in Kruipruimte en vloer isoleren.

4. Gevel na-isoleren

Bij een spouwmuur betekent dat meestal: de spouw vullen. Hoe dat gaat, welke materialen er zijn en wat de subsidie vraagt, staat in Spouwmuur isoleren. Is de spouw smaller dan 5 cm, lees dan Isolatie smalle spouw: daar bepaalt de minimale dikte per product of er subsidie mogelijk is.

5. Kozijnen en glas vervangen

Nieuwe kozijnen en glas komen in dezelfde fase als de gevel, en in elk geval vóór de luchtdichting: de aansluiting tussen de kozijnen en de muur is een van de plekken waar een woning lucht lekt (Milieu Centraal). Welke U-waarde het Bbl eist en hoe de aansluiting gaat, staat in Kozijnen en glas vervangen.

6. Dak isoleren

Het dak kan van binnenuit of van buitenaf geïsoleerd worden. De binnenkant, tussen en onder de sporen, staat uitgewerkt in Dak isoleren van binnenuit, inclusief de vochtregels.

7. Luchtdicht maken en ventileren

Als de schil geïsoleerd is, worden de naden dichtgemaakt: aansluitingen van kozijnen, vloer, dak en doorvoeren. Wie de woning luchtdicht maakt, verwijdert ook de ongecontroleerde ventilatie door kieren, en moet de ventilatie daarom bewust regelen. Hoe dat gaat, staat in Woning luchtdicht maken en ventileren.

8. Installaties

De verwarming komt na de isolatie en de luchtdichting: welk vermogen een warmtepomp nodig heeft, hangt volgens Milieu Centraal onder andere af van de isolatie. De ventilatie wordt gekozen op wat er na het luchtdicht maken nog nodig is. Let op: wie het verwarmingssysteem geheel vernieuwt, moet ook voldoen aan een minimum voor hernieuwbare energie (Bbl art. 5.20 lid 5, met uitzonderingen in lid 6). De uitwerking staat in Installaties na het isoleren.

9. Afbouw

Als laatste: wanden, plafonds, vloerafwerking en aftimmering. Alles wat eerder open moest, is dan dicht. Zie Afbouw na een renovatie.

Wat het Bbl bij verbouw eist

Bij een verbouwing gelden de nieuwbouwregels niet zomaar. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) werkt met het rechtens verkregen niveau: het kwaliteitsniveau dat vlak vóór de verbouwing was toegestaan (art. 5.5). Dat niveau mag niet lager worden dan wat voor bestaande bouw geldt, en hoeft niet hoger dan nieuwbouw. Voor de isolatie van de schil gelden daarbovenop deze ondergrenzen (art. 5.20). Bij de eerste drie rijen geldt het rechtens verkregen niveau als dat hoger is:

SituatieEis
Een scheidingsconstructie van de schil verbouwenRc ≥ 1,4 m²·K/W
Isolatielagen vernieuwen of vervangenvloer Rc ≥ 2,6 · gevel Rc ≥ 1,4 · dak Rc ≥ 2,1 m²·K/W
Ramen, deuren en kozijnen vernieuwen of vervangenU ≤ 2,2 W/m²·K
Een dakkapel of aanbouw geheel nieuw oprichtenhet nieuwbouwniveau

Bij een ingrijpende renovatie — meer dan 25% van de bouwschil wordt verbouwd, en die verbouwing betreft de integrale bouwschil — geldt voor de warmteweerstand (Rc) van het te renoveren deel het nieuwbouwniveau (art. 5.20 lid 4, definitie in bijlage I); voor ramen, deuren en kozijnen blijft het U ≤ 2,2 W/m²·K. Na-isolatie van een spouwmuur of isoleren tegen het dakbeschot valt daar volgens IPLO níét onder. Hoe u de Rc van een constructie zelf uitrekent, staat in Rc-waarde berekenen.

De grenswaarde voor luchtdoorlatendheid uit art. 4.154 (0,2 m³/s) geldt voor nieuwbouw; bij verbouw geldt het rechtens verkregen niveau (art. 5.4 en 5.5).

Subsidie

Voor isolatie bestaat de ISDE-subsidie van RVO. Een paar voorwaarden die de volgorde van een renovatie raken (RVO, gecontroleerd op 17 september 2026): een bouw(installatie)bedrijf voert het werk uit, het product staat op de meldcodelijst, en u vraagt de subsidie aan binnen 24 maanden ná de werkzaamheden. Het bedrag verdubbelt als u meer dan één isolatiemaatregel uitvoert, of isolatie combineert met een warmtepomp, zonneboiler of aansluiting op een warmtenet, mits de volgende maatregel binnen 24 maanden na de vorige wordt uitgevoerd. Voor spouwmuur-, gevel-, bodem-, vloer- en dakisolatie krijgt u per soort maar één keer subsidie. Wie meerdere stappen van deze reeks binnen twee jaar uitvoert, kan daar dus rekening mee houden.

Veelgestelde vragen

Waarom eerst isoleren en dan pas de installatie?

Omdat het benodigde vermogen van de verwarming onder andere afhangt van de isolatie (Milieu Centraal). Een installatie die vóór het isoleren is gekozen, kan daarna te groot zijn.

Moet ik alle stappen in één keer doen?

Nee. De volgorde helpt ook bij een renovatie in fasen: wie later nog de vloer of het dak wil isoleren, laat de afwerking daar nog even, en wie de installatie vervangt voordat de schil geïsoleerd is, kiest hem op een woning die straks anders is. Voor de ISDE telt de termijn van 24 maanden tussen twee maatregelen, en voor spouwmuur-, gevel-, bodem-, vloer- en dakisolatie krijgt u per soort één keer subsidie.

Wanneer geldt het nieuwbouwniveau voor mijn renovatie?

Bij een ingrijpende renovatie (meer dan 25% van de bouwschil, integraal verbouwd) voor de warmteweerstand van het te renoveren deel, en bij een dakkapel of aanbouw die geheel nieuw wordt opgericht. In de andere gevallen gelden de ondergrenzen uit de tabel hierboven, of het rechtens verkregen niveau als dat hoger is.

Zie ook