Strippen is het weghalen van alles wat bij de renovatie vervangen wordt: afwerking, verlaagde plafonds en oude leidingen, tot het casco overblijft. In een woning van vóór 1994 begint dat met asbest: dat gaat er als eerste uit, meestal door een gecertificeerd bedrijf. Wordt er asbest verwijderd of komt er naar verwachting meer dan 10 m³ sloopafval vrij, dan meldt u het slopen vooraf bij de gemeente.

Stap 2 van 9 in Een woning renoveren · vorige stap: Opname en regels · volgende stap: Kruipruimte en vloer isoleren

Vooraf: wat het Bbl eist

Ook strippen valt onder de wettelijke definitie van slopen. De Omgevingswet verstaat onder slopen “het geheel of gedeeltelijk afbreken of uit elkaar nemen” van een bouwwerk, en een bouwwerk omvat ook de installaties die er deel van uitmaken. Wie afwerking, plafonds en leidingen weghaalt, neemt het bouwwerk dus gedeeltelijk uit elkaar. Ook het verwijderen van asbest valt onder slopen (IPLO). Daarmee gelden de regels voor bouw- en sloopwerkzaamheden uit hoofdstuk 7 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Die gelden voor degene die het werk verricht (art. 7.3): de aannemer, maar ook uzelf als u zelf sloopt.

Slopen is op rijksniveau niet vergunningplichtig (IPLO), behalve bij een rijksmonument: slopen of wijzigen daarvan is een vergunningplichtige rijksmonumentenactiviteit (Omgevingswet art. 5.1 lid 1 onder b). Het omgevingsplan van de gemeente kan ook een vergunningplicht voor slopen bevatten. Een doorbraak in een draagmuur verandert de draagconstructie, en dan is de technische bouwactiviteit vergunningplichtig (art. 2.26 lid 1 onder c; IPLO gebruikt het voorbeeld van een draagmuur weghalen); wat dat betekent, staat in stap 1. Het rechtens verkregen niveau en de isolatie-eisen van art. 5.20 gaan over wat er na de verbouwing staat; die komen terug vanaf stap 3.

Asbest: eerst de inventarisatie

Wie sloopt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat er asbest in het bouwwerk zit, moet een asbestinventarisatierapport hebben voor het gedeelte waar gesloopt wordt (art. 7.9 lid 1). Voor een woning die na 1 januari 1994 is gebouwd geldt dat niet (lid 2 onder a). Bij een rijwoning uit de jaren ‘60 en ‘70 is het vermoeden er wel: “In gebouwen voor 1994 bestaat het vermoeden dat er asbest is toegepast” (IPLO).

Het rapport stelt een bedrijf met een certificaat asbestinventarisatie op, en daarin staat ook in welke risicoklasse het werk valt (Arbobesluit art. 4.54a). Wie het slopen uitbesteedt, geeft vooraf een afschrift aan wie het uitvoert (art. 7.9 lid 3). Volgens IPLO is een rapport maximaal 3 jaar geldig.

Milieu Centraal onderscheidt een visuele en een volledige (destructieve) inspectie. Bij een visuele inspectie breekt de inventariseerder “geen voorzetwanden of aftimmeringen weg”; de destructieve inspectie is bedoeld voor wie gaat bouwen of slopen. Dat verschil doet ertoe bij strippen, want asbest “kan ook verstopt zitten onder nieuw materiaal, bijvoorbeeld achter een voorzetwand of verlaagd plafond” (Milieu Centraal). Milieu Centraal noemt onder meer plafondplaten, platen rond de cv-ketel, tegellijm, vloerzeil, vinyltegels en isolatie rond leidingen.

Asbest: wie het verwijdert

Valt het asbest in risicoklasse 2 of 2A, dan doet een bedrijf met een certificaat asbestverwijdering zowel het verwijderen als het slopen van een bouwwerk waarin asbest verwerkt is (art. 7.20 lid 1). Na verwijdering in een binnenruimte volgt een eindbeoordeling; tot die is gedaan en goed is uitgevallen, worden er in die ruimte geen andere werkzaamheden aan het bouwwerk verricht (art. 7.22 lid 1 en 3).

Een particulier mag zelf een beperkte categorie verwijderen, zonder inventarisatierapport en zonder gecertificeerd bedrijf (art. 7.9 lid 2 onder e, van overeenkomstige toepassing via art. 7.20 lid 2): het “anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf in zijn geheel verwijderen van geschroefde, asbesthoudende platen waarin de asbestvezels hechtgebonden zijn, anders dan dakleien, of van asbesthoudende vloertegels of niet-gelijmde, asbesthoudende vloerbedekking”, uit een woning of een nevengebruiksfunctie daarvan, zoals een tuinhuisje (IPLO), die niet voor een beroep of bedrijf wordt gebruikt, tot in totaal ten hoogste 35 m². IPLO werkt dat uit:

  • de platen mogen niet gebroken of gezaagd worden, en niet verweerd of kapot zijn;
  • gespijkerde, gelijmde of geniete platen en gelijmde vloertegels of vloerbedekking zijn uitgesloten;
  • vloertegels en vloerbedekking alleen als ze in zijn geheel loskomen en de vezels hechtgebonden zijn: oud vloerzeil met asbest in de onderlaag valt erbuiten;
  • de 35 m² is het totaal (“in totaal”, art. 7.9): het is niet de bedoeling dat u van een groter oppervlak 35 m² zelf doet en de rest laat doen;
  • de particulier mag geen hulp vragen aan een aannemer of andere professional.

Ook wie zelf verwijdert, volgt art. 7.21: asbest als eerste eruit, meteen gescheiden, luchtdicht verpakt in materiaal dat niet scheurt, met een aanduiding, en binnen twee weken afgevoerd. Volgens IPLO naar de milieustraat, die vaak een bewijs van de melding vraagt.

Sloopmelding

Het is verboden te slopen “als daarbij asbest wordt verwijderd of de hoeveelheid sloopafval naar redelijke inschatting meer dan 10 m³ bedraagt”, zonder het ten minste vier weken voor het begin te melden (art. 7.10 lid 1). De termijn is ten minste een week als het slopen alleen bestaat uit de particuliere verwijdering hierboven (lid 2 onder b); stript u daarnaast de woning, dan geldt die verkorting niet en bij sloopwerk aan een asbesthoudende toepassing voor reparatie of mutatieonderhoud (bij huurderswisseling, IPLO), als vier weken wachten tot onnodige leegstand zou leiden of het gebruik ernstig zou belemmeren (lid 2 onder a). De gemeente kan van beide termijnen afwijken (lid 3).

Volgens IPLO telt de 10 m³ per sloopactiviteit, niet per bouwwerk, en is een onvolledige melding geen melding. In de melding staan onder meer de data en de wijze van slopen, een globale inventarisatie van het vrijkomende afval met de afvoerbestemming, en het asbestinventarisatierapport als dat verplicht is (art. 7.11). Gaat het om meer dan 10 m³, dan stuurt u tegelijk een ingevulde risicomatrix mee en een beschrijving van de maatregelen om de uitstoot van stikstof te beperken (art. 7.5a, 7.5c en 7.19a).

U meldt in het Omgevingsloket, met de activiteit “Slopen van een bouwwerk of gedeelte daarvan of asbest verwijderen – Melding (Rijk)” (IPLO). Is er een melding nodig, dan informeert u de gemeente bovendien ten minste twee werkdagen voor het begin en uiterlijk de eerste werkdag na het einde (art. 7.12). Bij asbest in risicoklasse 2 of 2A gaan die data via het Landelijk Asbestvolgsysteem (art. 7.12a); IPLO noemt het handig de meldingen door het verwijderingsbedrijf te laten doen.

Regels tijdens het werk

  • Zorgplicht. Wie weet of kan vermoeden dat het werk gevaar voor de gezondheid of veiligheid in de directe omgeving kan opleveren, neemt de maatregelen die redelijkerwijs gevraagd kunnen worden (art. 7.4). IPLO noemt als voorbeeld het tijdig buiten werking laten stellen van kabels en leidingen van nutsvoorzieningen.
  • Veiligheid. Er worden maatregelen getroffen tegen letsel bij omstanders en onbevoegden, en tegen “gevaar voor de veiligheid van belendingen” (art. 7.15 lid 1). Bij een rijwoning zijn dat de buren.
  • Stof. Zichtbare stofverspreiding buiten het terrein wordt beperkt (art. 7.19), bijvoorbeeld door puin af te dekken of nat te houden (IPLO).
  • Werktijden. Bedrijfsmatig slopen mag op werkdagen en zaterdag van 7.00 tot 19.00 uur (art. 7.17). Voor een doe-het-zelver geldt dat niet; de gemeente kan wel eigen regels stellen (IPLO).
  • Afval scheiden. Gevaarlijk afval, waaronder teerhoudende dakbedekking en gasontladingslampen zoals tl-buizen, wordt ongeacht de hoeveelheid gescheiden gehouden en afgevoerd (art. 7.25). Bitumineuze dakbedekking, vlakglas met of zonder kozijn, gipsblokken en gipsplaat, dakgrind en armaturen ook, tenzij een fractie kleiner is dan 1 m³ (art. 7.26).

Het werk in volgorde

Keuken tijdens een verbouwing: het plafond is weggehaald tot op de houten balklaag, met bouwmateriaal en afval op de vloer Foto: Kris Roderburg / Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons

Vooraf liggen er een asbestinventarisatierapport, zo nodig een sloopmelding, een schatting van het afval per soort en afspraken over het afsluiten van gas, elektra en water. Daarna:

  1. Asbest eruit. De verwijdering gebeurt “wanneer technisch mogelijk, als eerste” (art. 7.21 onder a). In risicoklasse 2 of 2A door een gecertificeerd bedrijf, daarna de eindbeoordeling. Alleen binnen de uitzondering hierboven doet u het zelf.
  2. Afwerking en verlaagde plafonds. Wand- en vloerafwerking, aftimmeringen, voorzetwanden en verlaagde plafonds. Dit kunt u grotendeels zelf. Houd gipsplaat apart van het puin.
  3. Oude leidingen. Pas als ze buiten werking zijn gesteld. Wat vervalt, gaat eruit; wat blijft, beschermt u.
  4. Casco en doorbraken. Wat overblijft is het casco. Een doorbraak in een dragende wand begint met onderstempelen: de vloer of het metselwerk boven de opening wordt tijdelijk ondersteund, de opening wordt gemaakt, een latei of stalen balk neemt de last over, en pas daarna gaan de stempels weg. Waar de stempels komen en hoe zwaar de latei moet zijn, bepaalt een constructeur; het uitvoeren hoort bij een vakman.
  5. Afvoeren. Per fractie, zoals hierboven, en asbest binnen twee weken.

Sloopvolgorde in een rijwoning, in doorsnede: 1 de asbestplaat bij de cv-ketel eruit, 2 de afwerking en het verlaagde plafond, 3 de oude leidingen, 4 het casco, met een doorbraak in een dragende wand die tijdelijk onderstempeld is tot de latei de last draagt

Waar de professional begint. Asbest buiten de particuliere uitzondering, de inventarisatie zelf, het afsluiten van nutsvoorzieningen en alles wat de draagconstructie raakt, laat u aan een gecertificeerd bedrijf, een installateur of netbeheerder, en een constructeur over.

Waar het misgaat

  • Asbest dat niet in het rapport staat. Komt het tevoorschijn achter een voorzetwand of boven een plafond, stop dan. De gemeente wordt onverwijld geïnformeerd (art. 7.11 lid 3); eerst volgt een asbestinventarisatie van dat materiaal, een nieuwe sloopmelding is niet nodig (IPLO). Een destructieve inspectie vooraf kijkt ook op plekken die niet zichtbaar zijn (Milieu Centraal) en verkleint die kans.
  • De uitzondering te ruim lezen. Zagen of breken om platen in de zak te krijgen, gelijmd vloerzeil lostrekken of een aannemer laten helpen: dan geldt de uitzondering niet. Milieu Centraal: trek niet aan vloerzeil als u denkt dat er asbestpapier onder zit.
  • De 10 m³ onderschatten. Het gaat om al het sloopafval samen, niet per ruimte.
  • Een wand die dragend blijkt. Wat dragend is, ziet u soms pas als de afwerking eraf is. Breek niets door voordat dat vaststaat.
  • De buren vergeten. Bij een rijwoning raakt slopen aan de woningscheidende wand ook de buren; die bescherming staat in art. 7.15.
  • Het casco niet bekijken. Na het strippen ziet u wat de afwerking verborg: vochtplekken, scheuren, betonrot. Leg dat vast voor stap 3 tot en met 6.

Kosten

Milieu Centraal noemt voor een visuele asbestinspectie € 400 tot € 500; een destructieve inspectie kost “vaak nog een aantal honderden euro’s” meer (pagina “Asbest in en om het huis”, laatst gewijzigd 25 juni 2026). Voor sanering, containers en sloopwerk noemen wij geen bedragen: daar is geen onafhankelijke prijsbron voor.

Begroten

Strippen levert de volgende hoeveelheden op:

  • m² afwerking per ruimte: wandafwerking, vloerbedekking, tegelwerk;
  • m² verlaagd plafond en voorzetwand, apart, omdat gipsplaat een eigen fractie is;
  • m² asbesthoudend materiaal per toepassing, uit het inventarisatierapport, met de risicoklasse;
  • m³ sloopafval per fractie, en daaruit het aantal containers; tel samen om te zien of de 10 m³ wordt overschreden;
  • stuks: te verwijderen radiatoren, toestellen, armaturen en leidingtracés;
  • stuks doorbraken, met per doorbraak de m¹ latei of stalen balk en het aantal stempels met de huurduur.

Daarbij komen de posten: de asbestinventarisatie (destructief), de sanering met eindbeoordeling, het afsluiten van nutsvoorzieningen, de constructeur, de leges voor een vergunningplichtige doorbraak, en containerhuur en stort. Reken in de planning de termijn van de sloopmelding mee.

Voor aannemers die zulke hoeveelheden in een calculatie verwerken: Calcurabouw, van de uitgever van deze site, is bouwsoftware met calculatie, planning, inkoop en facturatie in één systeem.

Veelgestelde vragen

Moet ik een sloopmelding doen als ik alleen de binnenkant strip?

Ja, als er asbest wordt verwijderd of als er naar redelijke inschatting meer dan 10 m³ sloopafval vrijkomt (art. 7.10). Ook het gedeeltelijk uit elkaar nemen van een woning is slopen; de meldplicht maakt geen onderscheid tussen werk binnen en buiten.

Mag ik asbest zelf verwijderen?

Alleen als particulier, uit een woning of bijgebouw dat niet voor een beroep of bedrijf wordt gebruikt: geschroefde hechtgebonden platen (geen dakleien), vloertegels of niet-gelijmde vloerbedekking, in zijn geheel en tot in totaal 35 m² (art. 7.9 lid 2 onder e). IPLO sluit daarnaast gelijmde tegels en vloerzeil met losse vezels in de onderlaag uit. Melden doet u ten minste een week vooraf. De rest laat u over aan een bedrijf; valt het werk in risicoklasse 2 of 2A, dan moet dat een gecertificeerd bedrijf zijn (art. 7.20 lid 1).

Hoe lang van tevoren meld ik het slopen?

Ten minste vier weken, of ten minste een week in de gevallen van art. 7.10 lid 2. De start meldt u daarna nog ten minste twee werkdagen vooraf (art. 7.12).

Wanneer kan de aannemer verder na de asbestsanering?

In een binnenruimte pas na een eindbeoordeling waaruit blijkt dat er geen zichtbaar asbest meer is en de vezelconcentratie in de lucht niet te hoog is (art. 7.22 lid 3).

Zie ook